Vanwege het belang van regionale samenwerking binnen de acute stroke zorg is de DASA de eerste Nederlandse kwaliteitsregistratie die regionale kwaliteitsindicatoren tot stand heeft gebracht: de deur tot-deur-tot-lies tijd (DTDTLT), deur-tot-deur tijd (DTDT) en de deur-in-deur-uit tijd (DIDUT). De DTDTLT is de tijd vanaf presentatie van de patiënt in het primaire centrum (waar evt. IVT plaats vindt) tot aan start van de EVT behandeling in het EVT-centrum. De DTDT is de tijd vanaf het moment presentatie van de patiënt in het primaire centrum tot aan de presentatie van de patiënt in het EVT-centrum. De DIDUT is het moment van presentatie van de patiënt in het primaire centrum tot aan het moment dat de patiënt de deur van het primaire centrum verlaat om naar het EVT centrum getransporteerd te worden.
Met de regionale kwaliteitsindicatoren is er inzicht in de kwaliteit van zorg op regionaal niveau. Er wordt inzicht gecreëerd in de duur van het hele verwijsproces binnen de ziekenhuizen, een doorlooptijd waarop zowel verwijzende als EVT centra invloed hebben. Ook is het van belang dat de terugkoppeling van de regionale kwaliteitsindicatoren, maar ook andere doorlooptijden en uitkomsten niet op lokaal maar op regionaal niveau plaatsvindt.
Voor langere tijd werd er op nationaal niveau middels de DASA alleen lokaal kwaliteit van zorg gemeten.
Ziekenhuizen konden alleen de eigen doorlooptijden en functionele gezondheidstoestand na een stroke zien en niet van de andere ziekenhuizen van hun eigen regio. Daarbij waren de regionale kwaliteitsindicatoren of alleen inzichtelijk voor de EVT-centra (DTDTLT en DTDT) of alleen voor de 9 verwijzende centra (DIDUT). Ook was er weinig bekend over de verwijslogistiek en –dynamiek in de verschillende ziekenhuizen bij de patiënten die in aanmerking komen voor EVT.
Het doel van dit project was om op regionaal niveau gedetailleerd inzicht te krijgen in kwaliteit van zorg en om regionale kwaliteitsindicatoren op regionaal niveau te gaan meten en deze terug te koppelen middels uitbreiding op het bestaande dashboard. Het belangrijkste aspect hierin zijn de data over behandeltijden en functionele gezondheidstoestand na het herseninfarct. Daarnaast was het doel om inzicht te krijgen in de verwijslogistiek en -dynamiek tussen verwijzende en EVT-centra bij patiënten die verwezen worden voor behandeling met EVT. De regionale kwaliteitsindicatoren geven inzicht in de samenwerking tussen verwijzende en EVT centra in doorlooptijden, maar de stappen in de logistiek die leiden tot langere of kortere regionale doorlooptijden zijn niet gelijk te herleiden. Om dit beter in kaart te brengen werden enquêtes afgenomen en audits uitgevoerd om inzicht te krijgen in de verwijslogistiek en -dynamiek binnen de ziekenhuizen bij verwezen EVT patiënten. De combinatie hiervan heeft geleid tot een omschrijving van een ‘best practice’, terug te vinden in dit adviesdocument met aanbevelingen over hoe de regionale zorg omtrent patiënten die verwezen worden voor benadeling met EVT optimaal
kan worden ingericht.
Met dit SKMS-project werden de volgende onderzoeksvragen onderzocht:
- Welke regionale afspraken zijn gemaakt over het verwijzen van patiënten met een indicatie voor EVT?
- Wat zijn de “bottle necks” en “best practices” wat betreft de verwijslogistiek bij patiënten met een indicatie voor EVT?
- Hoe worden deze processen omtrent verwijslogistiek beheerd en geëvalueerd?
- Hoe kunnen regionale kwaliteitsindicatoren teruggekoppeld worden?
Dit project leverde inzichten op over de verwijslogistiek bij patiënten die verwezen worden voor EVT en hoe de ziekenhuizen de kwaliteit van de acute stroke zorg monitoren en verbeteren:
Conclusies: uit de enquête en de audits kwam naar voren dat er aanzienlijke verschillen zijn in de logistiek rondom opvang en doorverwijzing bij patiënten die in aanmerking komen voor behandeling met EVT. Er zit variatie tussen de verwijzende ziekenhuizen in het proces rondom de opvang, beeldvorming, behandeling en doorverwijzing naar het EVT centrum. Zo zijn er verschillen in de samenstelling van het team van zorgverleners dat de patiënt opvangt, waar de patiënt opgevangen wordt, wanneer de bolus alteplase gegeven wordt indien de patiënt in aanmerking komt voor behandeling met IVT, wanneer in het proces de ambulance gebeld wordt voor overname naar het EVT centrum en welk programma gebruikt wordt voor het uitwisselen van beelden met het EVT centrum. Ook in het EVT centrum waren er verschillen in waar de patiënt opgevangen wordt, wanneer beeldvorming wordt herhaald en of er wel of niet altijd een anesthesie team aanwezig is tijdens de EVT procedure.
Uit de enquête en de audits blijkt dat veel Nederlandse ziekenhuizen gebruik maken van performance feedback om de kwaliteit van de acute stroke zorg te monitoren en te verbeteren. Ziekenhuizen organiseren multidisciplinaire overleggen (MDO’s) waarbij stroke patiënten en doorlooptijden worden besproken. Het DASA Codman dashboard of een eigen dashboard met DASA data inzichten worden doorgaans ook gebruikt als middel voor performance feedback. De frequentie waarop deze MDO’s plaatsvinden en hoe vaak het DASA dashboard geraadpleegd wordt, verschilt echter. De meeste ziekenhuizen gaven aan dat zij 1 keer per jaar het dashboard raadplegen en/of MDO’s inplannen waarbij de stroke opvang besproken wordt.
Regionale kwaliteitsindicatoren zijn naast de lokale doorlooptijden cruciaal om inzicht te krijgen in de samenwerking tussen verwijzende en EVT centra. De regionale doorlooptijden maken het mogelijk om inzicht te krijgen in het gehele acute zorgproces van verwezen EVT patiënten om zo bottlenecks te identificeren en potentiële verbeterinitiatieven op te stellen. Het aangepaste DASA Codman dashboard maakt het mogelijk voor ziekenhuizen om data van regio ziekenhuizen met een open benchmark in te zien. Hiermee kan het dashboard bijvoorbeeld gebruikt worden tijdens regio overleggen voor data inzichten zonder hiervoor extra analyses te maken. In het licht van de resultaten van onder andere de PERFEQTOS-studie is het belangrijk dat in regionaal verband data-inzichten en processen worden gedeeld en besproken in het kader van “leren en verbeteren”.
Aanbevelingen organisatie acute stroke zorg
| Voor zorgverleners betrokken bij de opvang van acute stroke patiënten | – Gebruik naast de lokale kwaliteitsindicatoren ook regionale kwaliteitsindicatoren om de regionale samenwerking te monitoren en te verbeteren; – Geef bij aanvang van het dienstverband scholing aan betrokken personeel over de opvang van de acute stroke patiënt, en geef bij veranderingen in het protocol van de acute stroke opvang bijscholing; – Stimuleer het frequenter gebruiken van het DASA-dashboard. Betrek bijvoorbeeld kwaliteits-medewerkers of data-analisten bij het terugkoppelen van data inzichten aan het medisch personeel; – Zet het regionaal delen van data inzichten in het kader van “leren en verbeteren” omtrent de acute stroke zorg voort. Deel en bespreek regionale data inzichten en de verwijslogistiek bijvoorbeeld tijdens ROAZ-overleggen. |
| Voor de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN) | Besteed aandacht aan regionale samenwerking en regionale kwaliteitsindicatoren bij het auditeren van de acute stroke zorg en verbind dit zo mogelijk aan andere kwaliteits-instrumenten zoals kwaliteitsnormen en/of -visitaties. |
| Voor Dutch Institute for Clinical Auditing (DICA) en de Clinical Audit Board van de DASA | Maak het DASA-dashboard eenvoudiger en toegankelijker om het gebruik ervan te stimuleren. Verhoog de bekendheid van het dashboard zodat meer zorgverleners toegang krijgen en vaker gebruik maken van de beschikbare data-inzichten. |
Lees hier het hele adviesdocument.
