HomeKennisbankRichtlijn Neuropsychiatrische gevolgen na NAH bij volwassenen

Richtlijn Neuropsychiatrische gevolgen na NAH bij volwassenen

|

|

Aanbevelingen ten behoeven van elke interventie

  • Er is een baselineperiode, waarbij, zoveel als mogelijk met gebruikmaking van gestandaardiseerde meetinstrumenten, de aard, frequentie en ernst is vastgelegd (zie de module ‘Ernst neuropsychiatrische gevolgen NAH’). De duur van de baselineperiode is afhankelijk van wanneer een stabiele baseline is verkregen. Meestal volstaat 14 dagen met bij voorkeur dagelijkse metingen (als de ernst van de problematiek direct ingrijpen noodzakelijk maakt dan kan hiervan worden afgeweken).
  • Er is een inventarisatie van de ernst en de impact van het (gedrags)probleem.
  • Er is een duidelijke analyse van het probleem die leidt tot een werkhypothese.
  • Onderdeel van de afweging is of er naast de neurologische aandoening andere intercurrente somatische aandoeningen zijn of bijwerkingen van medicatie. Bijvoorbeeld een UWI of obstipatie. Als dat het geval is kunnen deze aandoeningen eerst behandeld worden. Mogelijk is dit voldoende om het gedragsprobleem op te lossen. Meerdere interventies tegelijk doen betekent dat men niet weet waaraan veranderingen zijn toe te schrijven. Dit voorkomt ingrijpende interventies als lichtere interventies werkzaam kunnen zijn.
  • Als overprikkeling of overvragen na analyse niet kan worden uitgesloten als oorzaak is het goed om eerst over te gaan tot prikkelarm verplegen en ondervragen, waarbij gestreefd wordt naar veel rusten, ritme en regelmaat.
  • Metingen worden gecontinueerd gedurende de interventie en enige tijd na het stoppen daarvan.
  • Start één interventie tegelijk en houd intussen andere variabelen zoveel mogelijk gelijk.

Aanbevelingen ten behoeven van medicamenteuze therapie

  • Vrijwel alle medicatie die wordt gebruikt ter behandeling van neuropsychiatrische gevolgen van hersenletsel is off-label. De patiënt (of indien noodzakelijk diens wettelijk vertegenwoordiger) en belangrijke anderen moeten hierover geïnformeerd worden en uitleg krijgen over de voor- en nadelen (onder andere bijwerkingen) van de voorgenomen interventie.
  • Vervolgens wordt in gezamenlijkheid de beslissing genomen of de interventie wordt ingezet.
  • Als begonnen wordt met een medicament: start low, go slow.
  • Bij geen effect moet het medicament gestopt worden.
  • Als er wel effect is en het is klinisch verantwoord, dan is het wenselijk medicatie weer (een periode) af te bouwen en te stoppen, om vervolgens als de klachten en symptomen terugkomen opnieuw te starten (ABAB design). Op deze manier kan goed beoordeeld worden of een bepaalde medicatie daadwerkelijk effect heeft of niet en of er niet teveel bijwerkingen zijn. Het middel moet wel lang genoeg en in voldoende dosering worden gegeven zodat effect verwacht kan worden. In een dergelijk design is de patiënt zijn eigen controlepersoon. Bij de afweging of deze werkwijze gevolgd wordt moet het risico dat na stoppen de respons de tweede keer mogelijk anders uitvalt.
  • Overweeg altijd om medicatie te verminderen of geheel af te bouwen en bij geen nadelen van vermindering ook te stoppen. Dit om onnodig lange interventies en polyfarmacie te voorkomen.
  • Het medicatiebeloop de onderbouwing van start, wijzigen (medicament of doses) of continueren van medicatie en de effecten en de bijwerkingen daarvan moeten goed gedocumenteerd zijn, zodat opeenvolgende behandelaars goed inzicht hebben in deze geschiedenis om hun interventies n.a.v. eventueel veranderende symptomen goed te kunnen afwegen.
  • Bij anti-epileptica, tricyclische antidepressiva kan een bloedspiegel bepaling zinnig zijn om te zien of de spiegel zich in de therapeutische range bevindt en of er nog voldoende marge is om medicatie op te hogen.
  • Bij lithium moet periodiek een spiegel worden bepaald conform de richtlijn bipolaire stoornissen.
  • Voor de noodzakelijke periodieke controles wordt per medicament verwezen naar de productinformatie.
  • Elke voorschrijvende arts dient kritisch te zijn omtrent de eigen bekwaamheid om bij deze doelgroep psychofarmaca voor te schrijven.

Lees hier de richtlijn

Terug naar kennisbankoverzicht