Het verhaal van Harmen Hidding, lid bestuur Stichting CVA Actieplan Nederland

23 oktober 2007.

Een datum die zich in mijn geheugen heeft gegrift als een snijrand in steen. Ik was dertig. Vader van een jong gezin. Een man met een goede baan en een leven dat aanvoelde als een bijna voltooide puzzel: de stukjes pasten eindelijk. Alles leek te kloppen.

Tot die ene avond.

Wat begon als een gewone dag eindigde op de koude vloer naast mijn bed. Mijn lichaam had simpelweg de strijd gestaakt. Ik kon niet meer bewegen, niet praten, niet reageren. Alleen stilte. Een verstikkende, verlammende stilte.

Later zou blijken: een hersenbloeding. Een massief CVA, in de rechterhersenhelft, in de basale kernen. Mijn leven zoals ik het kende stopte. Het draaiboek dat ik onbewust volgde, werd plotseling weggevaagd. Wat volgde was geen vervolg, maar een compleet nieuw hoofdstuk. Eén waar ik niet om gevraagd had, maar waar ik niet omheen kon.

Ik lag vier dagen in coma. Twee keer werd mijn familie bij mijn bed geroepen om afscheid te nemen. Maar ik kwam terug. Tot ieders verbazing opende ik mijn ogen, en ik was er nog. Al was ik niet meer wie ik was. Mijn linkerzijde was volledig verlamd. Lopen, staan, zitten, autorijden alles leek voorgoed buiten bereik.

Er was maar één optie: revalidatie.

In het Militair Revalidatiecentrum in Doorn begon ik aan wat de zwaarste strijd van mijn leven zou worden. Aan de buitenkant draaide het om fysiek herstel, maar vanbinnen vocht ik tegen iets dat niet zichtbaar was. Angst. Soms rauw en snijdend, maar vaker als een schaduw die stilletjes met me meebewoog. De angst om de controle kwijt te zijn, om overgeleverd te zijn aan het onbekende. En nog dieper: de angst om niet meer te weten wie ik eigenlijk was.

Ik richtte me op wat ik wél kon controleren. Mobiliteit. Lopen, zitten, autorijden. Doelen die tastbaar waren, afvinkbaar. Dat gaf me houvast. En het werkte, tenminste, tijdelijk. Ik werd sterker. Dag na dag boekte ik kleine overwinningen. Tegen de verwachting in liep ik uiteindelijk zelf het revalidatiecentrum uit. “Mijn” lieve ergotherapeut Laura had op de dag van mijn ontslag zelfs een speciale autorijles geregeld. Autorijden bleek haalbaar. Een klein, groots mirakel.

Thuis wachtte vrijheid. Maar ook leegte.

Geen artsen, geen therapeuten, geen bel naast mijn bed. Alleen ik. Mijn vrouw. Mijn zoon. En een lichaam dat ik (en waarschijnlijk mijn vrouw ook) niet langer vertrouwde. In het veilige kader van het revalidatiecentrum wist ik wat ik kon verwachten. Maar thuis voelde ik mij verloren. De angst keerde terug, vermomd als stilte. Mijn rollen vader, echtgenoot, werknemer voelden als kledingstukken die niet meer pasten. Mijn zoon was zes maanden oud toen ik uit zijn leven werd weggerukt. Nu moest ik terugkomen, maar ik wist niet meer hoe.

Ook op mijn werk was niets meer vanzelfsprekend. Wat begon als begeleiding in het 'poortwachterstraject' ontspoorde snel in een juridisch steekspel. Waar eens structuur en zingeving zaten, was nu ruis. Frustratie. Onbegrip en vervreemding.

En toen viel het kwartje.

Revalidatie ging nooit alleen over fysiek herstel. Het ging over leven. Over opnieuw leren bestaan. Wat ooit begon als een puur mobiliteitsvraagstuk, veranderde langzaam in een diep identiteitsvraagstuk. Wie ben ik als alles wat mij definieerde is weggevallen? Wat mag ik van mijzelf verwachten? Wat mogen anderen nog van mij verwachten?

De moeilijkste reis moest ik nog maken en bestond maar uit 30 centimeter: die van mijn hoofd naar mijn hart.

Ik had geleerd om te beredeneren, te vermijden, te controleren. Maar het was tijd om iets veel moeilijkers te doen: stilvallen. Voelen. Niet meer vechten tegen de pijn, maar haar aankijken. Niet langer proberen de oude ik terug te worden, maar met liefdevolle ogen en compassie kijken naar wie ik was geworden.

Het rouwproces begon niet bij verlies van mobiliteit, maar bij het loslaten van mijn oude zelf. De strijd "om weer te worden wie ik was" bleek de ware bron van mijn pijn. Pas toen ik dat besefte, kon ik beginnen met helen. Met accepteren. Met groeien.

Ik omarmde mijn nieuwe ik. Met trots. Met compassie. En ik zei zacht maar krachtig tegen de wereld en tegen mezelf: “Dit is wie ik nu ben. Hier zullen we het mee doen.”

Jaren later weet ik dat herstel niet rechtlijnig is. Dat het niet draait om finishlijnen, maar om bochten nemen. Soms glijdend, soms vallend. Maar altijd met het besef: elke hindernis, elk moment van stilte, draagt de kiem van groei in zich.

Inschrijven nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
  • Selecteer minimaal 1 optie