“We willen beschermen, niet beperken”
Op een neurologische herstelafdeling is veiligheid soms een uitdaging. Verwardheid kan risico’s veroorzaken. Hoe vind je balans tussen vrijheid en bescherming? Verpleegkundigen Isabella en Heleen, aandachtsvelders voor vrijheidsbeperkende interventies (VBI), delen hun aanpak en ervaringen.
Waarom zijn vrijheidsbeperkende interventies soms nodig?
Heleen: “Wij werken met patiënten die schade hebben aan het brein, zenuwstelsel of spieren. Er liggen jonge patiënten, maar ook veel kwetsbare ouderen. Door hersenschade kan iemand gedrag vertonen dat gevaarlijk is voor zichzelf.”
Isabella: “Door neurologische schade werkt een arm of been soms niet goed. Als iemand dan uit bed stapt, kan hij hard vallen en extra letsel oplopen. Voor ouderen is dat nog riskanter. Veel patiënten hebben ook verminderd ziekte‑inzicht. Ze denken bijvoorbeeld dat ze kunnen lopen, omdat dat vóór de opname wel kon. Daardoor proberen ze uit bed te komen of trekken ze medische materialen los.”
Hoe gaan jullie om met de Wet zorg en dwang en de handreiking ‘Nee, tenzij’?
Heleen: “De kern van de wet is duidelijk: geen vrijheidsbeperking, tenzij het echt niet anders kan en nodig is voor de gezondheid en veiligheid. In acute situaties handelen we direct in overleg met de arts. Eerst zorgen we dat de patiënt veilig is. De familie informeren we daarna zo snel mogelijk. Bij niet‑acute situaties bespreken we het soms al bij opname, zodat familie weet wat het betekent.”
Isabella: “Tegenstand van familie zien we zelden. Als we uitleggen welk risico de patiënt loopt – bijvoorbeeld een val met extra hersenletsel of een gebroken heup ten gevolg – begrijpt bijna iedereen waarom het soms moet. We beschermen de patiënt tegen gevaar, maar beperken zo weinig mogelijk en zoeken altijd eerst naar alternatieven.”
Lees hier het hele artikel.


