HomeNieuwsKan onvrijwillige zorg voor mensen met NAH+ worden afgebouwd?

Kan onvrijwillige zorg voor mensen met NAH+ worden afgebouwd?

|

Sinds november 2025 is Marco Meijer, neuropsycholoog bij ’s Heeren Loo, gestart met zijn promotieonderzoek bij het Kenniscentrum NAH+ en het Radboudumc. De komende vier jaar richt hij zich op een belangrijk thema: hoe kunnen we onvrijwillige zorg bij mensen met NAH+ verantwoord afbouwen, en tegelijkertijd hun eigen regie versterken?

‘Mensen met NAH hebben een leven gehad vóór hun hersenletsel, waarin controle over het eigen leven heel vanzelfsprekend was. De herinneringen aan dat vorige leven zijn er nog. Ze willen graag terug naar wat ze gewend waren, maar het kan niet altijd meer,’ vertelt Marco. ‘De overgang naar afhankelijkheid van begeleiding kan ingrijpend zijn en gevoelens van verlies, frustratie of rouw oproepen. De spanning tussen wat iemand wil en wat er in de zorg mogelijk of veilig is, speelt een grote rol in het ontstaan van onvrijwillige zorg.’

Onvrijwillige zorg
Wanneer we aan onvrijwillige zorg denken, komen snel beelden op van ingrijpende maatregelen zoals fixatie of afzondering. Maar in de praktijk omvat het begrip veel meer. Marco: ‘Alle handelingen of besluiten waar tegen iemand zich verzet, kunnen vallen onder onvrijwillige zorg.’ Hier vallen dus bijvoorbeeld ook opgelegde bedtijden, een verplicht dagprogramma of keuzes van begeleiders over de omgeving of sociale contacten onder.

In zijn promotietraject gaat Marco bij ’s Heerenloo en SGL onderzoeken of een door Viveon en ’s Heeren Loo ontwikkelde aanpak voor de afbouw van onvrijwillige zorg aangepast kan worden voor mensen met NAH+.

Gehoord voelen
De komende tijd start Marco eerst met het interviewen van cliënten met NAH+ die te maken hebben met onvrijwillige zorg. ‘Alleen al in gesprek gaan met cliënten over onvrijwillige zorg kan ervoor zorgen dat zij zich meer gehoord voelen en mogelijk zelfs gedragsproblemen verminderen.’

Daarnaast gaat Marco onderzoek doen naar de aanpassing van de MDET-methode, waarin een team van deskundigen uit verschillende zorgdisciplines elkaar ondersteunt bij het herkennen, bespreken en afbouwen van onvrijwillige zorg. ‘De methode is effectief gebleken in de verstandelijk‑gehandicaptenzorg, maar je kunt het niet zomaar toepassen bij NAH. Het gedrag en de problematiek zijn anders. We willen met het netwerk kijken: wat moeten we toevoegen of aanpassen zodat het echt werkt voor NAH+?’ legt Marco uit.

Eigen regie
Het onderzoek moet leiden tot zorg die beter aansluit bij de wensen, mogelijkheden en grenzen van mensen met NAH+. Marco: ‘We willen de eigen regie van cliënten vergroten. Het afbouwen van onvrijwillige zorg is één van de manieren om dat te doen.’ Marco benadrukt dat het onderzoek nadrukkelijk ook ruimte laat voor nuance. ‘Het is goed mogelijk dat uit het onderzoek blijkt dat onvrijwillige zorg niet altijd afgebouwd kan worden, of dat bepaalde vormen ervan juist helpend zijn. Denk bijvoorbeeld aan een minder prikkelrijke omgeving, waardoor iemand beter in staat is om huishoudelijke taken uit te voeren of meer overzicht en rust ervaart. In zulke gevallen kan onvrijwillige zorg juist bijdragen aan meer mogelijkheden in het dagelijks leven.’

Juist daarom is het interviewen van cliënten een belangrijk startpunt van het onderzoek. Door hun ervaringen en perspectieven centraal te stellen, kan het onderzoek richting krijgen en wordt zichtbaar wat onvrijwillige zorg voor hen betekent. ‘Het is waardevol om cliënten zelf aan het woord te laten,’ aldus Marco. ‘Ook als de uitkomst is dat onvrijwillige zorg (deels) nodig blijft, is de vraag: hoe kunnen we binnen die kaders toch de eigen regie van cliënten zo goed mogelijk versterken?’

Klik hier voor meer informatie.


Gerelateerd nieuws