Doelstellingen: Ondanks de goed gedocumenteerde voordelen van een gezonde leefstijl voor veel patiënten, is het bespreken van leefstijl momenteel geen structureel onderdeel van de dagelijkse klinische praktijk in de ziekenhuiszorg. Het doel van deze studie was om inzicht te krijgen in de houding van zorgprofessionals (HCP’s) ten opzichte van het bespreken van leefstijl in hun dagelijkse klinische praktijk, en om de verschillen tussen verschillende typen zorgprofessionals te onderzoeken.
Methoden: Er werden semi-gestructureerde interviews afgenomen met zorgprofessionals (d.w.z. artsen, verpleegkundigen en paramedici) van verschillende afdelingen (d.w.z. cardiologie, gastro-intestinale geneeskunde, gynaecologie, hepato-pancreato-biliaire chirurgie, interne geneeskunde, neurologie, orthopedie) in twee universitair medische centra in Nederland. De interviews werden opgenomen en geanalyseerd met behulp van een hybride inductief-deductieve analyse met Atlas.ti en MaxQDA. Een bestaand raamwerk van Van Aalderen et al. werd gebruikt om attitudes te onderzoeken, met de nadruk op cognitieve overtuigingen, affectieve toestanden en waargenomen controle.
Resultaten: Het domein cognitieve overtuigingen kende vier onderscheidende overtuigingen met betrekking tot waargenomen relevantie (d.w.z. overtuigingen over: 1) relevantie; 2) verantwoordelijkheid; 3) gevolgen; en 4) verwijzingsmogelijkheden), drie subthema’s met betrekking tot waargenomen patiëntovertuigingen (d.w.z. patiëntmotivatie; patiëntbekwaamheid; en patiëntmogelijkheden) en één subthema met betrekking tot waargenomen moeilijkheden. Voor het domein affectieve toestanden waren de twee thema’s: plezier en angst. Het domein waargenomen controle had twee thema’s: zelfredzaamheid en contextafhankelijkheid, die drie subthema’s hadden (d.w.z. tijd, financiële vergoeding en institutioneel beleid). Over het algemeen lijken artsen ambivalenter in hun houding dan verpleegkundigen en paramedici.
Conclusies: Een relatief grote en diverse steekproef van zorgprofessionals gaf inzicht in de houding van zorgprofessionals ten aanzien van het bespreken van leefstijl met patiënten tijdens routinematige consulten. Onderzoek is nodig om de training in gezondheidsbevordering voor zorgprofessionals, de dynamiek tussen patiënt en professional en de implementatie in de dagelijkse klinische praktijk te verbeteren.
Implicaties voor de praktijk: Zorgverleners hebben behoefte aan meer zelfvertrouwen, ondersteuning en een duidelijk beleid om leefstijlgesprekken te integreren in de routinematige zorg. Hiervoor is samenwerking tussen docenten, managers en organisaties vereist.
Lees hier het hele artikel.
Marlinde L. van Dijk, Anouk Driessen, Judith G.M. Jelsma, Jenny Marks-Vieveen, Sanne Westerveld, Inge van den Akker-Scheek, Alexander L. Boerboom, Martine de Bruijne, Rienk Dekker, Anoek de Joode, Arthur Kievit, Willem van Mechelen, Femke van Nassau, Erik Serné , Hugo C. van der Veen, Joyce Vrijsen