Afasie is een verworven taalstoornis als gevolg van hersenletsel. In de meeste gevallen is er sprake van een beroerte (hersenbloeding of herseninfarct). Als we communicatieproblemen als gevolg van traumatisch hersenletsel, primaire progressieve afasie en dementie meerekenen, neemt de incidentie en prevalentie van afasie toe. Afhankelijk van de ernst en de plaats van het hersenletsel hebben mensen met afasie moeilijkheden met communiceren.
Voorbeelden van symptomen zijn problemen met gesproken taal, het vermogen gesproken taal te begrijpen, lezen en schrijven of problemen met vloeiend spreken. Hoe deze symptomen zich manifesteren is per persoon verschillend en elke persoon met afasie is anders.
Tegenwoordig richt de diagnose afasie zich op geïndividualiseerde profielen met een beschrijving van de klinische symptomen.
In het algemeen geldt dat hoe ernstiger de afasie is, hoe belangrijker het is om compenserende technieken of ondersteunende communicatiemethoden of -hulpmiddelen te gebruiken. De mate waarin iemand met afasie zelfstandig ondersteunende communicatiemethoden kan gebruiken, hangt niet alleen samen met de ernst van de afasie, maar ook met het optreden van beperkingen in andere cognitieve functies, zoals executieve functies.
Pijn komt vaak voor na een beroerte. De meest voorkomende pijnsyndromen na een beroerte zijn hoofdpijn, pijn aan het bewegingsapparaat, schouderpijn, complex regionaal pijnsyndroom en centrale pijn na een beroerte. Pijn bij mensen met communicatieproblemen, zoals afasie, wordt niet systematisch beoordeeld en daardoor mogelijk niet voldoende behandeld, omdat het communiceren van pijn bij mensen met afasie een uitdaging is.
Zelfrapportage pijnschalen worden beschouwd als de gouden standaard voor het meten van pijn bij mensen met afasie, die echter niet bij alle mensen met afasie kunnen worden gebruikt omdat zij niet in staat zijn om hun pijn verbaal te communiceren. Bij mensen met gevorderde dementie zijn pijnobservatie-instrumenten met succes gebruikt als alternatief voor zelfrapportage van pijn. Het gebruik van pijnobservatie-instrument kan ook een bruikbaar alternatief zijn voor mensen met afasie. Voorbeelden van pijnobservatie-instrumenten zijn
de Nederlandse versie van de Pain Assessment Checklist for Seniors with Limited Ability to Communicate (PACSLAC-D) of en Pain Assessment in Impaired Cognition (PAIC15).
Personen met afasie zijn afhankelijk van de interpretatie van signalen en gedrag door de zorgmedewerkers, familieleden en vrienden. Dit leidt tot een hiaat in het adequaat kunnen rapporteren of meten van pijn bij mensen met afasie of met valide en betrouwbare geschikte instrumenten. Daarom is het belangrijk om meer inzicht te krijgen in pijn, pijnmeetinstrumenten en alternatieven om pijn te beoordelen bij mensen met afasie. Het algemene doel van het project ‘Pijn bij afasie: een onbesproken probleem’ was het beschrijven van de huidige wetenschappelijke status over pijn en pijn meten bij mensen met afasie, en het ontwikkelen van een praktijkrichtlijn om pijn te meten specifiek voor mensen met afasie.
Belangrijkste resultaten
Om het bovengenoemde algemene doel te bereiken, werden meerdere onderzoeken uitgevoerd. Deze zijn in dit proefschrift onderverdeeld in 3 delen. Deel 1 bestaat uit hoofdstuk 2 en 3 en beschrijft welke beoordelingsinstrumenten werden gebruikt voor zelfrapportage van pijn bij patiënten met een beroerte met communicatieproblemen en wat er in de literatuur bekend is over pijn en pijnbeoordeling bij personen met afasie.
Wil je meer weten over pijn bij afasie?
👉Bekijk hier de factsheet van het onderzoek
👉Bekijk hier het pijnprotocol Afasie
👉Bekijk hier het proefschrift
Auteur: Dr. Carolien de Vries
