In de kliniek zagen wij een 47-jarige vrouw zonder relevante voorgeschiedenis, die na een auto-ongeluk ernstig schedel- en hersenletsel opliep. Zij onderging onder meer een decompressieve craniëctomie rechts en werd na een IC-opname van ruim een maand overgeplaatst naar de verpleegafdeling van de Neurologie.
De revalidatiegeneeskunde werd betrokken om een passende revalidatiebehandeling binnen het ziekenhuis op te zetten en ook een passend vervolgtraject te bepalen. Bij eerste beoordeling zagen wij een vrouw met een schedeldefect die te wekken was op aanspreken, met een hypertone hemiparalyse aan de linkerzijde, gestoorde zitbalans en nauwelijks spontane spraak. Zij voerde eenvoudige opdrachten uit en communiceerde voornamelijk met gebaren. Multidisciplinaire revalidatie werd opgestart en ondanks haar initieel beperkte belastbaarheid werd gekozen voor klinische revalidatie binnen de medisch-specialistische revalidatie (IMSR). Gedurende klinische revalidatie verliep het herstel moeizaam, en na ongeveer een maand trad zelfs duidelijke achteruitgang op in haar functioneren: gedragsverandering, cognitieve achteruitgang, visuele hallucinaties en wanen, weigeren van medicatie/voeding, en zichtbaar ingevallen huid bij de botlap. Er werd overlegd met de neurochirurg met verzoek patiënte aan te melden voor cranioplastiek vanwege een vermoeden op het post-trepanatiesyndroom. Differentiaal diagnostisch werd een delirant beeld overwogen bij verminderde voedingsstatus, verstoord slaapritme, dan wel onderliggend lijden. Patiënte werd ingestuurd naar de SEH, alwaar ander onderliggend somatisch lijden werd uitgesloten. Hiermee werd het post-trepanatiesyndroom waarschijnlijker geacht.
De behandeling bestaat uit het terugplaatsen van de botlap door middel van een cranioplastiek. Het optimale moment hiervoor is vaak onderwerp van discussie. Bij de afweging spelen meerdere factoren een rol, zoals de neurologische toestand, aanwezigheid van cerebraal oedeem en postoperatieve status van het operatiegebied. Daarnaast zijn er ook administratieve en logistieke zaken die meespelen in de planning van een cranioplastiek. Bijvoorbeeld de levertijd van een op maat gemaakt implantaat, wat nodig is wanneer het schedeldak van de patiënt zelf niet meer teruggeplaatst kan worden, zoals wanneer deze verbrijzeld is door trauma.Te vroege cranioplastiek kan het risico op complicaties zoals wondinfecties verhogen. Tegelijkertijd pleiten recente studies ervoor om de ingreep juist zo vroeg mogelijk te verrichten. Vroege cranioplastiek lijkt het risico op post-trepanatiesyndroom te verkleinen en de neurologische uitkomsten te verbeteren, waarbij verbetering vaak al binnen enkele dagen na de ingreep zichtbaar is.
Lees hier het hele artikel.
Auters: Drs. B.D.E. Janssen, Dr. J.A. de Graaf, Drs. E.M. Klein Kranenbarg, Dr. W.B.M. Slooff, Prof. Dr. J.M.A. Visser-Meily
